Kinderen met coeliakie hebben meestal (nog) geen klachten

zusterTine plaatste weer een zeer interessant stuk op het coeliakieforum. 
Over een uitgebreide studie waarbij kinderen met de diabetes/coeliakiegenen worden gevolgd.
Hieruit blijkt dat de meeste kinderen nog geen klachten hebben, bij het prille begin van coeliakie. Een goed argument om bevolkingsonderzoek naar coeliakie op de kaart te zetten!

Bron foto

Het prille begin van coeliakie verloopt bij kinderen anders dan tot nu toe werd gedacht. Op het moment dat jonge kinderen immuun worden voor gluten, wat blijkt uit de aanwezigheid van antistoffen tegen gluten in hun bloed, hebben de meeste kinderen nog geen klachten. En als er wél klachten zijn, gaat het net zo vaak om diarree als om verstopping (obstipatie). Dit valt te lezen in een publicatie van de TEDDY studiegroep in het tijdschrift ‘Pediatrics’.  

TEDDY

TEDDY staat voor ‘The Environmental Determinants of Diabetes in the Young’. In de oorspronkelijke studieopzet werd alleen gezocht naar oorzaken van diabetes, maar omdat zowel bij diabetes als bij coeliakie de genen HLA-DQ2 en HLA-DQ8 een rol spelen, is de studieopzet verbreed. Een grote groep kinderen wordt gevolgd vanaf hun geboorte tot aan de leeftijd van 15 jaar om zowel het ontstaan van diabetes als het ontstaan van coeliakie te analyseren. In totaal doen 6327 kinderen mee, afkomstig uit de VS, Zweden, Finland en Zweden. Alle kinderen hebben genen die horen bij coeliakie/ diabetes. Onderzocht wordt welke kinderen daadwerkelijk diabetes of coeliakie ontwikkelen, en gekeken wordt in welke opzichten deze kinderen verschillen van gezonde kinderen. De studie loopt nog door tot 2025, dat is het jaar waarin de jongste deelnemer 15 jaar wordt. 

Bij 732 van de deelnemende kinderen (12%) zijn op peuterleeftijd antistoffen in het bloed gevonden die gerelateerd zijn aan coeliakie. Na een darmonderzoek hebben 283 kinderen (4%) de diagnose coeliakie gekregen. Alle kinderen in het onderzoek hebben genen die matchen met coeliakie. 

Klachten

Kinderen die op de leeftijd van 2 jaar immuun worden voor gluten, hebben in 66% van de gevallen nog geen klachten. Op de leeftijd van 3 jaar heeft 72% nog geen klachten en op de leeftijd van 4 jaar 73%. Tweejarigen verschillen nog wel van hun leeftijdgenootjes wat betreft de aanwezigheid van klachten (34% tegenover 19%), maar vierjarigen niet meer. Bij peuters en kleuters zijn klachten zoals buikpijn, obstipatie, diarree en humeurigheid vrij normaal; maar liefst 1 op de 5 kinderen heeft hier last van. Toch ontwikkelt slechts een klein deel coeliakie. 

Groei

Op de leeftijd van 4 jaar zijn kinderen met coeliakie niet korter of lichter dan hun leeftijdgenootjes; op den duur kan hun groei vertragen als de darmen achteruit gaan en voedingsstoffen minder goed worden opgenomen. 

Darmbiopten en coeliakie

Bij 914 kinderen uit de TEDDY studie zijn antistoffen tegen gluten in het bloed aangetroffen in twee verschillende metingen met een tussentijd van 3 maanden (peuters) of 6 maanden (kleuters). Volgens de studie zijn deze kinderen immuun geworden voor gluten. Het nemen van biopten bij kinderen met antistoffen in hun bloed is geen automatisme. De kinderarts stelt ouders op de hoogte van de aanwezigheid van antistoffen in het bloed en het vermoeden van coeliakie. Vervolgens wordt mede op basis van de groei van het kind, de aanwezigheid van klachten en de hoogte van de antistoffen bepaald of er een darmbiopt plaatsvindt. In dit onderzoek treden verschillen aan het licht tussen de VS en Europese landen; in Europa wordt sneller een darmbiopt uitgevoerd dan in de VS. Bij kinderen zonder klachten en relatief lage antistoffen wordt een darmbiopt vaak nog uitgesteld. Van de 914 kinderen met verhoogde antistoffen in de TEDDY studie ondergaan slechts 406 een biopt. Bij 340 kinderen is coeliakie vastgesteld op de peildatum juli 2014. De TEDDY studiegroep doet geen poging de diagnostische richtlijnen van coeliakie te harmoniseren, maar stelt heel nuchter vast dat er verschillen bestaan tussen landen. 

Mate van darmschade

Bij de meeste kinderen in deze studie wordt Marsh 3 darmschade aangetroffen, waarbij de darmvlokken geheel of gedeeltelijk verdwenen zijn. Er zijn ook kinderen met milde darmschade (Marsh 2), extra ontstekingscellen (Marsh 1) of normale darmen (Marsh 0). Over het algemeen hebben kinderen met nauwelijks darmschade (Marsh 0 en 1) minder antistoffen in hun bloed dan kinderen met ernstiger darmschade (Marsh 2 en 3). Bovendien hebben kinderen met klachten vaak hogere antistofwaarden dan kinderen zonder klachten. 

Land van herkomst

Het land van herkomst is van invloed op het ontstaan van coeliakie. Kinderen uit Zweden hebben bijna twee keer zoveel kans op coeliakie als kinderen uit de VS (1,9% tegenover 1%); toch hebben Zweedse kinderen minder vaak klachten dan Amerikaanse en Finse kinderen (16% tegenover 32% en 30% op het moment dat ze immuun worden voor gluten). 

Risicogroepen

In een eerdere publicatie van de TEDDY studiegroep werd vastgesteld dat meisjes meer kans maken op coeliakie dan jongens en dat kinderen met de genen HLA-DQ2.5/2.5 de grootste kans hebben op coeliakie. Een relatie naar de aard of omvang van de klachten blijkt niet uit de huidige studie. Leeftijd, geslacht en DNA lijken geen rol te spelen in het optreden van klachten. 

Toekomstige screening

De TEDDY studie levert bouwstenen voor de al jaren lopende discussie over een bevolkingsonderzoek naar coeliakie en het screenen van risicogroepen. Hier is voorlopig het laatste woord nog niet over gezegd. 

Bron: //www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/25733751

En mijn bron was natuurlijk weer Tine op het coeliakieforum

1 thought on “Kinderen met coeliakie hebben meestal (nog) geen klachten

  1. Pingback: Triggers voor coeliakie | Ik ben glutenvrij

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *