medische controle bij coeliakie

bloed prikkenEr bestaat veel misverstand over de diagnose van coeliakie. Over de juiste manier, lees mijn blog Diagnose. Bij kinderen is niet altijd een biopt nodig. Lees hierover mijn blog Biopt of niet.
Maar ook over de medische controle na diagnose zijn vaak misverstanden. Hieronder lees je hoe een jaarlijkse controle er uit hoort te zien.

De opzet van de medische controles is als volgt:

Controle van symptomen.

Dat zijn bijvoorbeeld maag- en darmklachten, ondervoeding, bloedarmoede, botontkalking en (bij volwassen vrouwen) onvruchtbaarheid. Naast de voorgeschiedenis (anamnese) en het lichamelijk onderzoek is hiervoor bloedonderzoek nodig en eventueel onderzoek naar de botdichtheid (de stevigheid van de botten).

  1. Een gesprek tussen de patient en de arts. Hierbij komen eventuele darmklachten ter sprake, de algehele gezondheid, problemen met het dieet en de klachten na dieetfouten.
  2. Lichamelijk onderzoek door de arts. Hierbij wordt vooral gelet op het gewicht (en bij kinderen de lengte) en op bevindingen die kunnen passen bij de resterende klachten.
  3. Algemeen bloedonderzoek: Hierbij gaat het vooral om de nutriëntenstatus, waaronder het bloedgehalte (Hb), het gehalte aan ijzer en kalk, en eventueel foliumzuur en vitamine B12.
  4. Vanaf zij/haar 50e jaar wordt de coeliakiepatient middels DEXA gescreend op osteoporose. Dit moet om de vijf à tien jaar herhaalt worden. (lees ook mijn blog Osteoporose)
     

Controle van het effect van het glutenvrij dieet.

  1. Serologisch bloed-onderzoek. Onderzoek naar de aanwezigheid van coeliakieantistoffen: antistoffen tegen endomysium (IgA-EmA) of weefseltransglutaminase (IgA-tTGA).
  2. De diëtist evalueert de inname van voedingsstoffen en geeft zo nodig adviezen over een evenwichtig en gebalanceerd eetpatroon. Desgewenst adviseert zij ook over het gebruik van voedingssupplementen.

Bij twijfel over het herstel

Als bij bovengenoemde controle afwijkingen worden geconstateerd die op darmbeschadiging kunnen wijzen, kan er reden zijn om het dieet nog een zorgvuldig door te lichten. Ook kan ter controle een gastroscopie worden verricht. De arts neemt dan kleine stukjes van het slijmvlies uit de twaalfvingerige darm, die vervolgens worden onderzocht in het laboratorium.

Bron: NCV – vragen aan de Medische Advies Raad

 

Deze vind je misschien ook interessant

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *